De schaduwkant van ons begrensde land: wat betekent ‘ons’?

 

Miljoenen mensen zijn wereldwijd op de vlucht door klimaatverandering en oorlog, en de vraag die we ons als samenleving moeten stellen is niet alleen: hoe reageren we op deze vluchtelingenstroom? Maar veel fundamenteler: wie rekenen we tot ‘ons’? In de wereld van vandaag, waar globalisering en nationale belangen elkaar steeds vaker ontmoeten, blijken de grenzen die we trekken – zowel geografisch als psychologisch – niet altijd gebaseerd te zijn op de realiteit van de interconnectie tussen mensen en naties, maar op een selectieve, vaak politieke visie van wie er “bij hoort”.

De paradox die zich aandient is eenvoudig maar pijnlijk: hoe kunnen we spreken van humaniteit en solidariteit, terwijl we tegelijkertijd grenzen handhaven die zoveel lijden veroorzaken? Leiderschap in deze tijden vereist niet alleen een heroverweging van onze waarden, maar ook een diepe reflectie over onze collectieve verantwoordelijkheid. De vraag is niet of we grenzen moeten stellen, maar hoe we grenzen stellen die menselijke waardigheid niet ondermijnen.

 

   Migratie als symbool van disbalans

De enorme vluchtelingenstromen die we vandaag de dag zien, zijn niet zomaar het resultaat van willekeurige gebeurtenissen; ze zijn het symptoom van dieperliggende systemische disbalansen. Terwijl conflicten en klimaatverandering vaak de primaire aanstichters zijn van migratie, wijzen ze ook naar een bredere problematiek van ongelijke verdeling van hulpbronnen, macht en stabiliteit op wereldschaal. Het is een herinnering dat de wereld niet op een eerlijke manier verdeeld is, en dat onze systemen, zowel economisch als sociaal, bijdragen aan de instabiliteit die mensen dwingt om hun huizen achter te laten.

Psychodynamisch gezien zien we in de reacties op migratie de werking van collectieve angst. Er ontstaat een “wij versus zij”-denken, waarbij het onbekende en het andere worden geprojecteerd als bedreigingen voor de eigen veiligheid en stabiliteit. Deze angst vormt de basis voor uitsluiting, en voor het vasthouden aan grenzen die niet alleen fysieke, maar ook psychologische barrières opwerpen. Wat we dan zien is een samenleving die zich afsluit voor de realiteit van de gezamenlijke menselijkheid die ons verbindt. Het uitsluiten van vluchtelingen wordt gerechtvaardigd door de angst voor verlies van controle of culturele identiteit, maar het raakt in wezen het diepere vraagstuk van de verbinding tussen alle mensen.

Leiderschap vraagt op dit punt niet alleen om praktische oplossingen, maar om een radicale herziening van hoe we inclusie begrijpen. Het vraagt om een verschuiving van denken, waarin het idee van ‘ons’ niet wordt beperkt door nationale grenzen, maar wordt uitgebreid naar een ethisch besef van wereldwijde verbondenheid.

 

   Leiderschap in de schaduw van uitsluiting

Stel je voor dat je als CEO van een multinational opereert in een land waar de vluchtelingenstroom toeneemt. Jouw bedrijf heeft sterke economische banden met andere landen, en het ziet de migratiebewegingen niet alleen als een sociaal vraagstuk, maar ook als een strategische uitdaging. Hoe reageer je als leider op de roep om verantwoordelijkheid?

De eerste reactie van veel leiders kan zijn om zich te verschuilen achter de nationale wetgeving of de schijnbare onoplosbaarheid van de situatie. Echter, leiderschap in dit geval vraagt niet om het zich aanpassen aan de status quo, maar om het actief uitdagen van de beperkingen die door dat systeem worden opgelegd. Het vraagt om het creëren van ruimte voor radicale inclusie, niet alleen in woord, maar ook in daad.

Dit betekent dat je als leider niet alleen steun biedt aan degenen die in jouw bedrijf werken, maar ook actief betrokken raakt bij de bredere maatschappelijke vraagstukken die de migratie veroorzaken. Dit kan zich uiten in het ondersteunen van initiatieven die vluchtelingen opvangen, maar het gaat verder dan dat: het vraagt om het actief bevorderen van een cultuur van empathie en solidariteit, zowel binnen de organisatie als daarbuiten. Het betekent het ontwikkelen van een organisatiecultuur die zich niet beperkt tot de “grenzen” van het eigen bedrijf, maar die zich uitstrekt tot het bredere welzijn van de samenleving.

Leiderschap vraagt niet alleen om een reactie op de problemen die zich voordoen, maar om een proactieve benadering waarin de waarden van het bedrijf weerspiegeld worden in de manier waarop je omgaat met de wereld om je heen. Dit betekent het aangaan van de oncomfortabele ruimte van verantwoordelijkheid, en het erkennen dat de uitdagingen van migratie ook een weerspiegeling zijn van de manier waarop wij ons eigen mens-zijn begrijpen.

 

   Hoe neem jij verantwoordelijkheid voor de wereld die we delen?

Wat vraagt deze tijd van jou – niet als CEO, maar als mens in jouw rol? Hoe kijk jij naar de grenzen die je hebt getrokken, zowel in je bedrijf als daarbuiten? Wat houd jij in stand – juist met de beste bedoelingen – dat de wereld verder verdeelt?

Leiderschap in deze tijd vraagt om de moed om de grenzen die we hebben opgeworpen kritisch te onderzoeken. Het vraagt om onze gedeelde verantwoordelijkheid voor de wereld in de ogen te kijken, een verantwoordelijkheid die verder gaat dan politieke of economische belangen, en die de menselijkheid van iedereen erkent. Wat kun jij doen om jouw organisatie meer open te stellen voor radicale inclusie, en wat betekent dat voor de manier waarop je denkt over je eigen rol in de wereld om je heen?