Leiderschap van het loslaten

 

“Ik heb niet genoeg meer in de tank.” Deze woorden van Jacinda Ardern, de vertrekkende premier van Nieuw-Zeeland, resoneren met een dieper inzicht over leiderschap dat vaak niet wordt benoemd. In een wereld die leiders huldigt om hun kracht, visie en onvermoeibare toewijding, is het misschien de grootste kracht juist het vermogen om te erkennen dat je niet altijd alles kunt dragen. Ardern’s aftreden is niet slechts een politiek moment, maar een uitnodiging om na te denken over een wezenlijk aspect van leiderschap: de kwetsbaarheid om los te laten wanneer de tijd daar is.

Leiderschap wordt vaak geassocieerd met voortdurende groei, onbeperkte energie en onmiskenbare kracht. Toch blijkt uit het besluit van Ardern juist dat het soms krachtiger is om te weten wanneer je moet stoppen. Dit brengt ons bij een belangrijke vraag: wat gebeurt er met leiders die zich verzetten tegen het loslaten? Wat zeggen ze over ons systeem en over wat we als leiderschap beschouwen?

 

   Zelfkennis als kracht

Jacinda Ardern’s beslissing om af te treden is een voorbeeld van leiderschap dat buiten de gebaande paden valt. Ze koos niet voor de gebruikelijke route van volhouden, doorgaan en overleven, maar gaf aan te voelen dat haar energie niet meer toereikend was om het werk te doen dat van haar verwacht werd. Dit is een krachtige paradox: leiderschap is niet alleen een kwestie van doorgaan, maar soms juist van het besef dat je moet stoppen om ruimte te maken voor iets nieuws.

In de huidige tijd wordt leiderschap vaak getoetst aan het vermogen om niet alleen te blijven presteren, maar om vooral door te gaan, ongeacht persoonlijke kosten. Ardern toonde echter dat zelfkennis een grotere kracht is dan volharding in de traditionele zin. Wanneer je weet waar je grenzen liggen, kun je zowel je eigen welzijn als dat van de organisatie beschermen. Het besef van wat er nodig is om te kunnen blijven functioneren, vraagt niet alleen om zelfreflectie, maar ook om moed.

Vanuit de psychodynamiek van leiderschap geeft ons dat een boeiend inzicht: het is niet egoïstisch om grenzen te stellen; het is een daad van zelfkennis die ook dienstbaar kan zijn aan anderen. Ardern’s vertrek is een krachtige herinnering dat het durven loslaten van een rol juist een bijdrage kan leveren aan het grotere geheel. Het idee dat leiders niet altijd onmisbaar hoeven te zijn, biedt ruimte voor de evolutie van leiderschap binnen een organisatie en kan de weg vrijmaken voor anderen.

 

   Leiderschap in het loslaten

In de context van een organisatie kan Ardern’s keuze ons aanzetten tot nadenken over wat leiderschap werkelijk vraagt in tijden van verandering. Hoe vaak voelen wij, als leiders, dat we vast moeten houden aan onze rol, zelfs wanneer we merken dat we onze energie niet meer kunnen geven? Het idee van de onmiskenbare leider kan ons gevangen houden in een positie waarin we niet werkelijk functioneren op ons best.

Stel je voor dat je als senior manager merkt dat je al geruime tijd in een dynamiek van stress en vermoeidheid zit. Het lijkt misschien zwak om te erkennen dat je niet langer de energie hebt om het volledige werk goed te doen. Toch is dit misschien juist het moment om te reflecteren op wat de organisatie van je vraagt en na jarenlange toewijding de beslissing te nemen om terug te treden. Niet omdat je faalt, maar omdat je ruimte kan maken voor nieuw leiderschap, voor een frisse blik die het bedrijf verder kan helpen.

Door deze ruimte te creëren, geef je niet alleen ruimte aan nieuwe ideeën, maar neem je ook verantwoordelijkheid voor de cultuur die je hebt opgebouwd. Het loslaten van macht en controle kan de meest waardevolle stap zijn in een duurzaam proces van culturele transformatie. Het systeem zelf wordt krachtiger wanneer het de mogelijkheid heeft om zichzelf te vernieuwen, en leiderschap wordt dan niet gezien als een functie van controle, maar als een proces van doorgeven.

 

   Wat geef jij door?

Ardern’s keuze roept de vraag op: Wat vraagt deze tijd van jou – niet als CEO of manager, maar als mens in jouw rol? Wat houd jij vast, misschien juist met de beste bedoelingen, dat nu ruimte zou kunnen maken voor iets nieuws?

Wanneer je het loslaat, maak je niet alleen ruimte voor anderen, maar ook voor jezelf. Het is misschien tijd om te reflecteren op de momenten waarop jouw rol is veranderd en wat jij zou kunnen doorgeven. Leiderschap vraagt om zelfkennis, om te weten wanneer je het stokje kunt doorgeven zonder het gevoel te hebben dat je faalt. In plaats daarvan geef je de mogelijkheid voor een nieuw hoofdstuk, niet alleen voor jezelf, maar voor de cultuur waarin je hebt geleid.