De stijging van geweldsincidenten op scholen is niet alleen een directe zorg voor docenten, opvoeders en leerlingen, maar ook een spiegel van bredere maatschappelijke spanningen. Het is een paradox: we leven in een tijd waarin we als samenleving meer dan ooit streven naar veiligheid, maar tegelijkertijd lijkt diezelfde veiligheid op steeds meer plekken onder druk te staan. Scholen, ooit een veilige haven voor jonge mensen, zijn niet alleen de fysieke ruimte waar kennis wordt gedeeld, maar ook een weerspiegeling van de spanning die ons land doormaakt. De vraag is dan: hoe creëren we als leiders een omgeving waar veiligheid en verbinding nog steeds mogelijk zijn, zelfs als de omstandigheden de grenzen lijken te verleggen?
Leiderschap in het onderwijs vraagt om meer dan het waarborgen van de juiste procedures of het implementeren van veiligheidsmaatregelen. Het vraagt om het vermogen om een veilige ruimte te creëren waar ook de spanningen van deze tijd mogen bestaan, zonder dat ze uitmonden in geweld of chaos. Wat betekent leiderschap in de klas wanneer de structuur van veiligheid zelf aan het wankelen is?
De systemische oorzaken van onveiligheid
De toename van geweld op scholen is niet zomaar een probleem van individuele leerlingen of docenten, maar een systemisch probleem dat diepgeworteld is in de samenleving zelf. Scholen fungeren als microkosmos van de maatschappij: ze weerspiegelen de spanningen, conflicten en onveiligheden die zich op grotere schaal afspelen. Wanneer er onrust is in de samenleving, zullen deze onrusten zich ook manifesteren in de klas. De druk om te presteren, de onzekerheid over de toekomst, het gebrek aan vertrouwen in instituties – dit alles heeft ook invloed op de gemoedstoestand van jongeren.
Het is dus niet verwonderlijk dat scholen de afgelopen jaren steeds meer te maken krijgen met geweldsincidenten. Deze geweldsincidenten zijn, in systemisch opzicht, een weerspiegeling van de maatschappelijke spanning. De veiligheid die in het klaslokaal als vanzelfsprekend werd gezien, wordt nu voortdurend bedreigd door de externe omstandigheden van onzekerheid, ongelijkheid en wantrouwen.
Het is belangrijk dat we als leiders erkennen dat de onderliggende oorzaak van geweld in veel gevallen niet ligt in de jongeren zelf, maar in de grotere context waarin zij zich bevinden. Door deze bredere systemische context te begrijpen, kunnen we de juiste interventies ontwikkelen die niet alleen gericht zijn op het onderdrukken van de symptomen (het geweld), maar ook op het herstellen van de veiligheid en verbinding op de lange termijn.
De psychodynamiek van onveiligheid en grensoverschrijding
Psychodynamisch gezien is onveiligheid een krachtige trigger voor regressie. Wanneer jongeren zich onveilig voelen – zowel fysiek als emotioneel – is hun natuurlijke reactie vaak om terug te vallen op meer primitieve overlevingsmechanismen. Dit kan zich uiten in agressie, grensoverschrijdend gedrag en conflicten. Het verlies van controle over de omgeving zorgt ervoor dat jongeren hun eigen grenzen beginnen te overschrijden, soms in een poging om weer enige controle te krijgen.
Leiderschap in deze context vraagt om meer dan alleen disciplineren of beheersen van geweld. Het vraagt om het erkennen van de diepe gevoelens van angst en onzekerheid die achter dat gedrag schuilgaan. Het is van essentieel belang dat leiders niet alleen kijken naar het gedrag van de jongeren, maar ook naar de onderliggende emoties die dat gedrag aandrijven. Leiders moeten zich bewust zijn van de psychologische dynamiek van onveiligheid: hoe het gedrag van jongeren vaak een reactie is op een dieper liggende crisis van identiteit en verbinding.
Dit betekent niet dat we de verantwoordelijkheid voor geweld of grensoverschrijding verleggen, maar dat we het gedrag begrijpen in de context van de onveilige omstandigheden waarin jongeren zich bevinden. Leiders in het onderwijs moeten dan ook niet alleen regels handhaven, maar vooral ook ruimte bieden voor gesprekken over de onderliggende gevoelens van onveiligheid en de manieren waarop die gevoelens kunnen worden geadresseerd zonder terug te vallen op geweld.
Leiderschap in de klas
Stel je voor dat je als schooldirecteur geconfronteerd wordt met een toename van geweldsincidenten op je school. Je merkt dat een aantal jongeren steeds vaker in conflict komt met elkaar, en dat dit geweld niet alleen fysiek is, maar ook emotioneel en psychologisch. Je weet dat het belangrijk is om direct in te grijpen, maar je beseft ook dat het probleem dieper ligt dan het gedrag op zich. Hoe ga je als leider om met een situatie waarin de veiligheid zelf op het spel staat?
In deze situatie is het essentieel om te kijken naar de bredere context van de onveiligheid. In plaats van alleen richtlijnen en maatregelen in te voeren, is het belangrijk om ruimte te creëren voor de jongeren om te praten over wat hen beweegt, wat hen onzeker maakt, en hoe zij de wereld om zich heen ervaren. Dit kan door middel van gespreksgroepen, individuele begeleiding, en het bouwen aan een cultuur van wederzijds respect en begrip.
Leiderschap in dit geval gaat niet alleen over het afdwingen van regels, maar over het herstellen van de emotionele veiligheid die vaak verloren is gegaan. Het vraagt om het vermogen om onveiligheid niet alleen fysiek te bevechten, maar ook psychologisch en emotioneel aan te pakken.
Hoe bied jij ruimte voor emotionele veiligheid?
Wat vraagt deze tijd van jou – niet als schoolleider, maar als mens in jouw rol? Hoe kun jij, als leider, een ruimte creëren waarin de spanningen van deze tijd erkend worden, maar niet doorslaan in geweld of chaos? Wat houd jij in stand – juist met de beste bedoelingen – dat de veiligheid in je ‘klas’ ondermijnt?
Leiderschap in tijden van onveiligheid vraagt niet alleen om controle, maar om ruimte voor emotionele veiligheid. Het vraagt om het vermogen om de onderliggende spanningen te zien, om verbinding te creëren waar die verbroken lijkt te zijn. Hoe geef jij jouw leerlingen de ruimte om gehoord te worden, zelfs of juist wanneer ze zich in onzekerheid bevinden?

