Bewustzijn is geen methode

 

Over de professionele identiteit van executive coaches in een AI-gedreven tijd – Onlangs ontving ik een uitnodiging voor een masterclass met Jim Dethmer. De belofte is helder: traditionele coaching, gericht op strategieën, modellen en gedragsverandering, raakt niet meer aan wat leiders vandaag werkelijk nodig hebben. De diepere factor is de staat van bewustzijn – van de leider én van de coach. Wie leert werken op dat niveau, zo luidt de redenering, ontwikkelt zijn onderscheidende kracht als menselijk coach in een wereld waarin AI steeds meer overneemt.

Dat raakt bij mij een gevoelige snaar. Bewustzijn is een van die woorden die in het coachingsveld gemakkelijk groot worden – het kan ineens alles betekenen en daardoor ook weinig. Maar precies daarom is het interessant. Want de vraag is niet alleen of Dethmers raamwerk behulpzaam is. De vraag is wat zo’n raamwerk vraagt van de professionele identiteit van executive coaches.

 

    Een ladder of een spiegel?

Dethmer onderscheidt vier manieren waarop mensen zich tot de werkelijkheid verhouden: To Me, By Me, Through Me en As Me. Van het leven dat je overkomt, via eigenaarschap en beschikbaarheid, naar handelen vanuit verbondenheid. Het gevaar van zo’n model is dat het een ladder wordt – alsof de coach zelf op een hogere sport staat en de cliënt vriendelijk omhoog helpt. Dat is psychologisch verleidelijk, professioneel riskant en ethisch gevaarlijk. Zodra bewustzijn een statussymbool wordt, verdwijnt het bewustzijn zelf. Dan ontstaat een subtiele hiërarchie: ik zie wat jij nog niet ziet. Juist die houding kan in executive coaching snel samenvallen met de nabijheid van macht, status en afhankelijkheid.

 

   De coach als waarnemingsinstrument

Executive coaching is een jong vak zonder vaste routekaart, zonder beschermde titel en zonder eenduidig kennisdomein. De coach ontleent zijn legitimiteit niet alleen aan opleiding of methode, maar aan de wijze waarop hij zichzelf als instrument leert gebruiken. Dat maakt bewustzijn geen extra laag bovenop het vak – het raakt het hart ervan. Wie met bewustzijn werkt, werkt allereerst met zichzelf. Niet als interessant project, maar als waarnemingsinstrument. De professionele vraag wordt dan niet: beheers ik het model? De vraag wordt: kan ik zien vanuit welke staat ik zelf coach, juist op het moment dat ik denk dat ik helder zie? De staat van de coach is niet neutraal. Zij bepaalt wat hoorbaar wordt en wat buiten beeld blijft. Een bestuurder die zegt dat zijn team niet meebeweegt, kan bij een coach terechtkomen die meegaat in het verhaal, en daarmee het probleem buiten de leider legt. Of bij een coach die vertraagt, en vraagt wat het systeem via deze spanning probeert te laten zien.

 

   Wat AI zichtbaar maakt

AI kan samenvatten, ordenen, patronen herkennen, scenario’s maken en soms verrassend goede vragen stellen. Voor een deel van het traditionele coachingsrepertoire is dat ongemakkelijk. Wie zijn professionele identiteit vooral ontleent aan modellen en frameworks, zal merken dat technologie dichterbij komt dan prettig voelt. Niet omdat AI de menselijke coach vervangt, maar omdat AI zichtbaar maakt waar de coach vooral kennisdrager of procesleverancier is. De menselijke uitdaging ligt in aanwezigheid, moreel oordeelsvermogen, belichaamde waarneming en relationele moed. Maar ook die woorden moeten we nuchter houden. Aanwezigheid is geen aura, het is het vermogen om te blijven wanneer het spannend wordt. Belichaamde waarneming is niet zweverig, maar precies: merken dat je sneller gaat praten, dat je geïrriteerd raakt, dat je lijf al weet dat er iets niet klopt voordat je hoofd het kan uitleggen.

 

   Niet-weten als discipline

Niet-weten is geen gebrek aan expertise, maar een professionele discipline: het vermogen om complexiteit te verdragen zonder die te snel te reduceren. Leiders komen vaak met vragen die al te veel oplossingen hebben gekregen – er is een strategie, een cultuurprogramma, een leiderschapsmodel. En toch stokt het. De verleiding is groot om als coach nog een laag interpretatie toe te voegen. Maar soms begint transformatie juist waar de coach het niet te snel weet. Eigenaarschap is noodzakelijk, maar kan ook verkrampen. Veel leiders hebben al geleerd dat zij verantwoordelijk moeten zijn. Zij nemen de last op hun schouders, noemen dat eigenaarschap, en raken langzaam afgesneden van hun mensen, hun twijfel en hun lichaam. De volgende beweging is dan niet nóg meer verantwoordelijkheid nemen, maar verantwoordelijkheid anders dragen – niet als controle, maar als beschikbaarheid.

 

   Professionele volwassenheid vraagt om werkplaatsen

De professionele identiteit van de executive coach vraagt om onderhoud. Supervisie, intervisie, leerkringen, schrijven, collegiale tegenspraak… dit zijn werkplaatsen waar de coach zijn professionele zelf kan onderzoeken, corrigeren en vernieuwen. Dat is geen luxe. Het is kwaliteitszorg. Wie werkt met bewustzijn zonder eigen werkplaatsen, loopt risico. De coach kan zijn intuïtie gaan verwarren met waarheid. Zijn rust met vermijding. Zijn scherpte met projectie. In een vak dat zo dicht op macht en kwetsbaarheid werkt, zijn dat geen kleine risico’s.

Coaching op het niveau van bewustzijn begint niet bij de cliënt. Zij begint bij de vraag: wie ben ik als coach wanneer ik niet weet wat er moet gebeuren?

 

   Het onderscheidende vermogen

In een tijd waarin machines steeds overtuigender kunnen spreken, wordt de vraag aan executive coaches niet of zij menselijker klinken dan AI. De vraag is of zij menselijker durven werken – preciezer, verantwoordelijker, relationeler, en bewuster van hun eigen aandeel in wat zich tussen mensen ontvouwt. De uitnodiging van Dethmer is daarom waardevol, mits we haar niet lezen als marketingbelofte maar als professionele toets. Bewustzijnswerk vraagt niet om coaches die hoger staan. Het vraagt om coaches die dieper durven zakken in hun vak – die hun modellen kennen, maar er niet achter verdwijnen. Die AI kunnen gebruiken, maar zich er niet door laten definiëren. Het onderscheidende vermogen van de coach ligt niet boven de ander, maar in de ontmoeting.

Niet als methode, maar als ambacht.

Niet als een bewustzijn om te bezitten, maar als bewustzijn om steeds opnieuw te beoefenen.