Het is nooit de baas die gered wordt

 

Woensdag liep in Rabat een man een stadion uit. Gianni Infantino, de baas van de FIFA. Om hem heen een kring van bestuurders. Hij had net een crisis overleefd. Een week eerder wilde de FIFA een vijfde van de commerciële rechten op het WK verkopen. Aan private investeerders. Voor ruim vier miljard euro. Het plan sneuvelde onder een storm van kritiek. Daarna kwam de leiding bijeen in Marokko. Er ging een brief naar de 211 aangesloten bonden. De boodschap was tweeledig. Sorry, er zijn fouten gemaakt. En: wij steunen de president volledig.

Lees die laatste twee zinnen nog een keer. Ze spreken elkaar tegen. Wie fouten van dit formaat erkent en dan de verantwoordelijke in het zadel houdt, doet iets vreemds. Hij biecht en spreekt vrij in dezelfde beweging. De schuld wordt benoemd en meteen weer opgeborgen. Alsof je hardop zegt dat het dak nog steeds lekt en vervolgens de dakdekker een lintje geeft.

Ik heb dit vaker gezien. In Kamers en Staten en Raden. In directies en bestuurscolleges. In vrijwilligerswerk en in professioneel teamoverleg ook. Een leider maakt een misstap die iedereen ziet. En dan sluit de groep zich. En niet omdat ze dom zijn. Er speelt iets diepers. Want hier gebeurt iets wat we zelden benoemen. Het bestuur beschermde deze week niet Infantino. Het beschermde zichzelf.

De Britse psychoanalyticus Wilfred Bion beschreef ooit hoe groepen zich onbewust organiseren. Als de spanning te hoog oploopt, zoekt een groep houvast bij één figuur. Bion noemde dat de afhankelijkheidsgroep. De leider wordt dan meer dan een mens. Hij wordt een vat waarin de groep haar angst kwijt kan. Zolang hij overeind blijft, hoeft niemand naar zichzelf te kijken. Valt hij, dan valt het bouwwerk. Dan moet iedereen ineens zelf denken. Zelf dragen. Zelf verantwoordelijkheid nemen voor een systeem dat jarenlang op één man leunde. Dat is de echte angst. Niet dat de baas verdwijnt. De angst is dat de groep zonder hem naakt staat. Daarom die volledige steun. Het is geen loyaliteit. Het is zelfbehoud.

Er speelt nog iets mee. Het ging hier om geld. Om heel veel geld. En om private investeerders die aan het WK zouden gaan verdienen. Dat raakt aan schaamte. En schaamte is een sociaal gevoel. Schuld voel je vanbinnen, in je eentje. Schaamte voel je in het oog van de ander. Een bestuur dat zich collectief betrapt voelt, sluit de rijen sneller dan een bestuur dat een gewone fout maakt. Want de blik van buiten brandt. En de kring biedt beschutting tegen die blik.

Eén man deed woensdag iets anders. Mark Carney, de premier van Canada, zei dat hij zijn vertrouwen in Infantino kwijt was. Hij sprak van een fatale bestuurlijke fout, omdat de baas zijn eigen adviseurs niet had geraadpleegd. Carney stapte uit de kring. En let op wat er dan gebeurt. Wie uit de kring stapt, wordt zelf verdacht. Te fel. Te politiek. Niet loyaal. De groep sluit zich nog een slag verder. Want de afvallige herinnert de anderen aan wat ze liever niet voelen. Dat je ook weg kunt lopen. Dat er een keuze was.

In het systemisch werk kennen we een eenvoudig principe. Ieder heeft een plek en die plek kent een ordening. Neemt iemand zijn plek niet in, dan gaat het systeem compenseren. Een falende leider die zijn verantwoordelijkheid niet draagt, laat een gat vallen. En de groep vult dat gat. Ze vult het met een ritueel. De excuusbrief aan 211 bonden is zo’n ritueel. Het is een handeling die de spanning ontlaadt zonder dat er iets verandert. Iedereen heeft nu iets gehoord. Er is iets gezegd. En morgen ligt alles er precies zo bij als gisteren. De onderstroom is even aangeraakt en meteen weer toegedekt.

Dit is de kunst van het spijt betuigen zonder te bewegen. Ik zie het in vergaderzalen. En – eerlijk is eerlijk – ik zie het ook bij mezelf. Ik herken de neiging om iemand overeind te houden die eigenlijk had moeten vallen. Uit ongemak. Uit medelijden. Uit angst voor de leegte die daarna komt. Het is warmer in de kring dan erbuiten. Ik weet hoe het voelt om te zwijgen of te nuanceren terwijl er iets in je zegt dat het niet klopt. En hoe je dat zwijgen daarna netjes voor jezelf verpakt. Als kalmte of geduld. Als zorgvuldigheid of wijsheid. Als loyaliteit of nuance. Dat is het venijnige. De groep vraagt niet om je instemming. Ze vraagt om je stilte. En stilte is zo makkelijk te geven.

In een oud bos zie je soms een boom die dood is, maar niet valt. De bomen eromheen houden hem vast met hun kronen. Van een afstand lijkt het bos gezond. Van dichtbij zie je dat een deel al lang niet meer leeft. Het bos draagt zijn dode hout mee, tot er een storm komt. Dan valt alles tegelijk. En pas in het gat dat overblijft, valt er weer licht op de grond. Daar begint iets nieuws te groeien. Besturen is weten wanneer je moet laten vallen.

In maart zijn er verkiezingen bij de FIFA. Infantino wil een vierde termijn. Twee maanden geleden leek dat een formaliteit. Nu niet meer. Misschien wint hij. Misschien valt hij alsnog. Maar dat is niet de vraag die mij bezighoudt. De vraag is wat wij bereid zijn omhoog te houden. Om onszelf niet te hoeven zien. Elke groep heeft haar Infantino. Elke raad, elk bestuur, elk team, elke gemeente. Iemand die we sparen, omdat het alternatief te veel van onszelf vraagt.

Het is nooit de baas die gered wordt. Wij zijn het, die ons verschuilen achter hem. De moedige daad is klein. Het is die ene zin, hardop, in de vergadering. Ik ben het er niet mee eens. Meer is het niet. En bijna niemand durft het.