Soms is het meest alarmerende niet wat er gebeurt, maar hoe snel het gewoon wordt. Hoe groter de schending, hoe kleiner onze woorden. We praten over dreiging alsof het een meningsverschil is, over geweld alsof het strategische een zet is en over ontregeling alsof het bij het seizoen hoort. Dat is geen domheid. Het is zelfbescherming. Echter, wat het zenuwstelsel dempt, betaalt de cultuur later terug. En precies daar, in die stille afvlakking, wordt leiderschap ineens een morele discipline.
Wanneer macht de maatstaf wordt
3 Januari 2026 schrok de wereld op over het Amerikaanse optreden in Venezuela. De actie waarbij Nicolás Maduro werd aangehouden en afgevoerd – en ook de daaropvolgende dreigementen richting Colombia, Mexico en Groenland – werden in korte tijd onderdeel van de dagelijkse stroom berichten. Die snelheid heeft iets bedrieglijks. Niet omdat de feiten onduidelijk zijn, maar omdat onze aandacht zich aanpast. Wat gisteren nog een grens was, wordt vandaag een nieuw referentiepunt. Wie daaraan went, merkt pas laat dat hij ook aan zichzelf gewend raakt: aan het idee dat macht nu eenmaal zo werkt en dat recht vooral decor is. We kunnen het hebben over brutale macht van presidenten, maar misschien moeten we het eerst hebben over de macht van onze eigen gewenning. Voor een continent dat zichzelf graag nuchter en redelijk noemt, voelt de capitulatie voor de eigen gewenning wellicht als de grootste nederlaag.
De noodrem in taal
Rob Wijnberg weigert die aanpassing. In zijn jongste column in De Correspondent zet hij woorden neer die je niet rustig kunt wegschuiven: hij benoemt de dreiging als existentieel, beschrijft een macht die zich loszingt van recht en fileert de reflex om zulke gebeurtenissen te behandelen alsof het ‘gewone politiek’ is. Wat hem lijkt te verontrusten is niet alleen de agressie, maar ook onze beheersingstaal: de manier waarop we het onverteerbare hanteerbaar praten. Zijn felheid voelt als een noodrem. Niet om nuance te vernietigen, maar om te voorkomen dat nuance een verdedigingsmechanisme wordt.
Europa in overlevingsstand
Hier komt Europa in beeld en daarmee meteen ook de psychologische knoop. Europa is groot geworden met het idee dat regels sterker kunnen zijn dan spieren. Maar wanneer aan de randen van de wereld de spier weer de regel lijkt te worden, ontstaat ongemak in het spanningsveld tussen een aantal polariteiten: helderheid tegenover diplomatie, begrenzing tegenover verbondenheid, snelheid tegenover zorgvuldigheid. Dit zijn geen abstracte tegenstellingen. Het zijn volstrekt natuurlijke krachten, aanwezig in ieder mens. Kiezen voor één kant geeft korte tijd opluchting. Echter, de opluchting van eenzijdigheid is vaak de voorbode van verharding. En precies dat maakt het Europese leiderschap nu zo lastig. Want hoe blijf je waakzaam zonder je menselijkheid te verliezen?
Een kamer vol goede bedoelingen
Ik zie die polariteiten terug in gesprekken met bestuurders die, zich bewust van de woelige tijd die ons werelddeel doormaakt, hun organisaties koersvast proberen te leiden. Niet omdat zij wereldpolitiek willen bedrijven, maar omdat hun mensen het nieuws mee naar binnen nemen. Een voorbeeld: een gemeentelijk managementteam bespreekt beleidsprioriteiten, hitte in de uitvoering en werkdruk, en ineens gaat het ook over schaamte, trots en angst. De ene helft wil een verklaring. De andere helft wil geen extra brandstof op een vuur dat al hoog staat. Onder de woorden zit iets elementairs: de behoefte om bij ‘de goeden’ te horen en de angst om iets te verliezen wat je niet kunt terugkopen – vertrouwen, veiligheid en bestaansrecht.
Beschaving uit angst én verantwoordelijkheid
In zulke momenten merk je hoe snel een systeem terugvalt op reflexen die ooit hebben gewerkt. Wie zich bedreigd voelt, zoekt bescherming. Wie bescherming zoekt, accepteert eerder harde taal. Wie harde taal spreekt, creëert al snel vijanden. En wie vijanden ziet, hoeft niet meer te twijfelen. Dat is de psychologische beloning van polarisatie: ze ontlast ons van het ingewikkelde midden. Terwijl juist dat midden – waar angst en verantwoordelijkheid tegelijk bestaan – de plek is waar beschaving groeit. Elke keer dat we spanning snel willen dempen, worden reflexen sterker. En reflexen bouwen geen cultuur, ze herhalen haar.
Loyaliteit en volwassenheid
Voor Europa heeft dit een extra laag. Decennialang was de Verenigde Staten voor ons tegelijk schild en spiegel: bescherming én voorbeeld. Als dat beeld scheurt, raakt dat aan iets intiems: de vraag wie we zijn zonder die spiegel. Aan de ene kant de hunkering naar veiligheid, naar het bekende verbond. Aan de andere kant de roep om volwassenheid, om eigen ruggengraat, om onafhankelijkheid die niet alleen technisch is maar ook moreel. Het lastige is dat beide stemmen waar kunnen zijn. In hun botsing wordt zichtbaar hoe diep onze afhankelijkheid was en hoe snel ‘eenheid’ kan veranderen in onderlinge verwijten.
Gevaarlijk fatsoen
En dan is er nog een vierde tegenpool, minder zichtbaar maar misschien gevaarlijker: fatsoen tegenover moed. Europa kan prachtig formuleren. We kunnen een verklaring zo afronden dat niemand hem echt hoeft te voelen. Soms is dat beschaving. Soms is het schuilen. Wijnberg wijst op het gevaar van rationaliseren en relativeren: alsof de vraag “waarom zou hij dit doen?” belangrijker is dan de erkenning dát het gebeurt. Wat ik daarin hoor, is niet de oproep tot hysterie, maar tot aanwezigheid: durven zeggen dat er een grens wordt overschreden, zonder jezelf tot heilige te verklaren.
Stevigheid zonder triomf
Misschien is dat het leiderschap dat Europa nu zoekt: het vermogen om deze polariteiten te verduren en te ‘bewonen’, zonder de menselijke maat te verliezen. Om helder te zijn zonder triomf. Om grenzen te zien zonder ontmenselijking. Om de eigen angst niet te verdoven met gemakzuchtige zekerheden en de eigen woede niet te heiligen als de enige waarheid. Dat klinkt klein. En dat is prima. Want juist daarin groeit het vermogen om om te gaan met wat mogelijk te groot voor ons is.
Waar, in jouw organisatie of bestuur, merk jij dat woorden kleiner worden, terwijl de werkelijkheid groter wordt? Welke nuance houd je vast omdat je anders verhardt en welke helderheid stel je uit omdat je anders moet kiezen?

