Er is een oud Nederlands ritueel dat ongeveer zo gaat. Een gemeente kondigt opvang aan voor mensen die gevlucht zijn. Een deel van de buurt schrikt. Politici zeggen dat ze de zorgen begrijpen. Talkshows vragen of Den Haag wel luistert. Op sociale media wordt het woord ‘draagvlak’ opgewarmd tot het kookpunt. En ergens in de avond vliegt er zwaar vuurwerk richting een gebouw waar mensen slapen die net dachten veilig te zijn.
In Loosdrecht ging het deze week opnieuw mis. Bij protesten tegen asielopvang werden fakkels en zwaar vuurwerk gegooid, ontstond brand en moest de ME ingrijpen. Volgens de gemeente kwamen eerder honderden mensen op de been. Na de recente onrust volgden aanhoudingen, ook van minderjarigen.
Nu begint het interessante deel. Niet omdat geweld interessant is, maar omdat onze reactie erop veel verraadt. De bovenstroom zegt: ordeverstoring, noodbevel, politie-inzet en politieke veroordeling. De onderstroom zegt iets anders: hier zoekt een samenleving een zondebok voor verlieservaringen die zij niet goed weet te dragen. Want asielopvang gaat zelden alleen over asielopvang. Ze gaat over controleverlies. Over huizen die er niet zijn. Over instituties die laat communiceren. Over dorpen die zich decor voelen in een besluit dat elders is genomen. Over statusangst. Over het heimelijke gevoel: eerst wordt er niet naar mij geluisterd, en nu moet ík ook nog fatsoenlijk blijven.
Dat gevoel verdient serieuze aandacht. Maar aandacht is iets anders dan vrijspraak. Dit is waar politici vaak de mist ingaan. Ze verwarren empathie met meebewegen. Ze zeggen: “We begrijpen de zorgen”, maar vergeten de tweede zin: “En geweld tegen kwetsbare mensen is geen uitlaatklep, maar intimidatie”. Wie alleen de emotie erkent, zonder de grens te trekken, maakt van bestuur een soort ouderavond met molotovcocktails.
Er is een verschil tussen protest dat ontregelt en protest dat bedreigt. Extinction Rebellion blokkeert wegen, irriteert forenzen en test de grenzen van het demonstratierecht. Daar mag je van alles van vinden. Maar vreedzame burgerlijke ongehoorzaamheid is niet hetzelfde als vuurwerk gooien naar een opvanglocatie. Wie dat verschil wegmasseert onder de comfortabele deken van ‘maatschappelijke verruwing’, doet alsof alle spanning dezelfde morele kleur heeft. Dat is analytisch lui en politiek gevaarlijk.
Media spelen hierin een dubbelrol. Ze brengen misstanden in beeld en dat moet. Maar ze maken ook van woede een format. De camera houdt van de man met het rode hoofd, niet van de buurvrouw die zegt “Ik maak me zorgen, maar dit gaat te ver”. Zo ontstaat een dramaturgie waarin de hardste emotie de meeste zendtijd krijgt. Vervolgens zeggen redacties “we laten zien wat er leeft”. Jawel, maar wie steeds de koorts filmt, moet niet verbaasd zijn dat het land zichzelf als patiënt gaat zien.
Psychoanalytisch bekeken zien we een klassieke verschuiving. Onbehagen dat eigenlijk hoort bij woningnood, bestaansonzekerheid, bestuurlijke traagheid en culturele verandering, wordt verplaatst naar één zichtbaar object – de asielzoeker. Die wordt drager van alles wat te groot is geworden. De vreemdeling is dan niet langer een mens, maar een scherm waarop de gemeenschap haar angst projecteert.
Het tragische is dat precies wie zegt zijn dorp te beschermen de bedding ervan beschadigt. Een gemeenschap wordt niet sterker als zij mensen bang maakt die niets over haar besloten hebben. Ze wordt sterker als zij spanning kan dragen zonder te ontmenselijken.
“Hoe dan wel?” hoor ik je denken… Dat brengt me bij drie aanbevelingen voor leiderschap:
Eén: erken zorgen zonder de projectie te voeden. Zeg niet alleen: “Ik hoor uw angst.” Zeg ook: “Ik ga niet toestaan dat uw angst op anderen wordt afgereageerd.” Liefdevol en prettig duidelijk. Dat is geen communicatietruc, maar democratische hygiëne.
Twee: benoem en onderscheid bij naam. Niet elk protest is hetzelfde. Vreedzaam demonstreren, hinderlijke actie, bedreiging en geweld horen niet in één morele grabbelton. Democratie leeft van conflict, maar sterft aan intimidatie.
Drie: herstel de bedding vóórdat de vlam erin slaat. Bestuurders moeten eerder aanwezig zijn, niet pas als de ME er staat en de camera’s draaien. Organiseer echte gesprekken, met mandaat, feiten en grenzen. Niet om iedereen gelijk te geven, maar om het systeem weer volwassen te maken.
De optimistische noot? Die is er. De meeste mensen willen niet leven in een land waar fakkels de argumenten vervangen. De meeste mensen voelen best dat beschaving niet betekent dat je nooit bang bent, maar dat je verantwoordelijkheid neemt voor wat je met die angst doet.
Misschien begint leiderschap daar: niet bij de grote woorden over normen en waarden, maar bij één eenvoudige zin, uitgesproken op tijd…
“We luisteren naar u.
En dit doen we niet.”

