Minderheid met lef: wat Jetten, Bontenbal en Yeşilgöz ons leren over coalitiekunst

 

Ze presenteren een akkoord zónder rekensom die optelt tot 76. In plaats daarvan kiezen drie gezichten voor een leerreis in het volle licht: telkens opnieuw meerderheden vinden, met tegenstanders als tijdelijke bondgenoten. Dat is politiek als topsport én als ontwikkeltraject. De vraag is niet alleen of het lukt, maar wat het van hun karakter vraagt én wat wij als leiders hiervan kunnen leren.

 

Deze week maakten Rob Jetten (D66), Henri Bontenbal (CDA) en Dilan Yeşilgöz (VVD) hun coalitieakkoord ‘Aan de slag’ bekend. Het is een minderheidsakkoord: in beide Kamers moet per dossier steun worden georganiseerd. De toon is pragmatisch en de opdracht is gedurfd. Feitelijk verplicht het akkoord alle partijen tot volwassen samenwerking in een versnipperd landschap. De boodschap aan het land is even duidelijk: minder ideologische grootspraak, meer ambacht van verbinden. Dat is uitzonderlijk in onze politieke traditie, en dus spannend.

 

Kijken we door een psychodynamische bril naar de drie karakters, dan zien we verschillende drijfveren en handelingspatronen die elkaar kunnen versterken én schuren. Jetten wordt landelijk neergezet als energiek, vrolijk, ‘het kan wél’. Tegelijk draagt hij de erfenis van een strak geregisseerde communicatiestijl uit zijn vroegere jaren. Dat maakt hem herkenbaar als optimistische ritmegever, maar het kan ook verleiden tot overcontrole als spanning oploopt. Zijn profiel als jongste premier in wording kleurt de verwachting: snelheid, toekomsttaal en presteren onder felle lampen.

 

Bontenbal ademt degelijkheid en inhoud. Met wortels in de natuurkunde en energiepolitiek positioneert hij zich als waarden- en verantwoordelijkheidsgedreven christendemocraat. Psychodynamisch zie je hier de neiging om de bedding te bewaken: het gesprek vertragen, normeren en weer op koers zetten. Dat kan rust geven in een hectische formatiepraktijk, maar ook botsen met snelle politieke transacties als onder druk een compromis nodig is.

 

Yeşilgöz brengt een uitgesproken veiligheids- en rechtvaardigheidsframe mee uit Justitie en Veiligheid. In leiderschapsdynamiek representeert zij de grensbewaker: helder over risico, consequent over afspraken, zichtbaar in optreden. De kracht is richting en begrenzing; de valkuil is polariserende taal wanneer het systeem onder druk komt. De kunst zal zijn om het scherpe randje te verbinden aan een uitnodigende toon naar potentiële partners meer in het midden.

 

Wat betekent dit voor de dagelijkse jacht op meerderheden? In de bovenstroom voorspelt het coalitieakkoord een dossier-voor-dossierlogica op veiligheid, wonen, migratie, economie, zorg en defensie. In de onderstroom vraagt dit om relationele volwassenheid: spanning verdragen zonder te splitsen, verschil benutten zonder te verdunnen. GroenLinks-PvdA onder Jesse Klaver positioneert zich al als ‘verantwoordelijke oppositie’: bereid tot meebouwen aan grote hervormingen, maar scherp op sociale rechtvaardigheid. Dat wijst op een natuurlijke brug voor klimaat, woningbouw en langetermijninvesteringen, mits de bezuinigingsdrift niet te hard bijt in sociale zekerheid, zorg en arbeidsmarkt. Aan de andere flank staat Joost Eerdmans met JA21, programmatisch aantrekkelijk voor VVD en CDA op migratie en orde-vraagstukken, maar voor D66 sneller dichtbij een rode lijn. De relevante onderhandelvraag wordt dan: waar kunnen we de ideologische spanning containen en de praktische uitkomst centreren?

 

Vanuit dit perspectief is het logisch een patroon te verwachten waarin Jetten het venster opent naar links op klimaat en wonen, Bontenbal de waarden vertaalt naar haalbare stappen en Yeşilgöz de randvoorwaarden borgt op veiligheid en financiën. Met Klaver zie je dan een co-creatie die werkt zolang er politieke waardigheid is: inhoudelijke ruil, transparante motivering en gedeeld krediet. Met Eerdmans ontstaat eerder een transactie op thema’s met duidelijke symboliek en snelle zichtbaarheid. Dat brengt mij bij de ogenschijnlijk paradox: in beide gevallen is psychologische veiligheid de verborgen hefboom. Niet het eens zijn, maar zorgvuldig omgaan met gezichtsverlies maakt wetgeving mogelijk. Hier is leiderschap minder een megafonestijl dan een precisievak: spanning benoemen, mandaat verhelderen en ritme bewaken. En dat is in Den Haag een spannende oefening…

 

Neuro- en organisatiewetenschap helpt dit te begrijpen. We weten dat vertrouwen en openheid in interactie mede biologisch geankerd zijn: oxytocine kan de bereidheid tot vertrouwen significant verhogen. Natuurlijk spuit je geen neuropeptiden in het parlement, maar de les is helder: sociale context maakt het brein ontvankelijk of defensief. Leiders die consequent veilige kaders creëren – duidelijke spelregels, fouten bespreekbaar, intenties expliciet – vergroten de kans op informatie-uitwisseling en echte onderhandeling. Amy Edmondsons werk rond psychologische veiligheid onderbouwt dit al jaren en is hier rechtstreeks toepasbaar. Als de prijs van spreken te hoog is, droogt de waarheid op en ontspoort besluitvorming.

 

De natuur biedt een tweede spiegel. In zwermen vogels en scholen vissen sturen relatief weinig ‘geïnformeerde’ individuen de groep, niet door macht, maar door subtiele afstemming en continue herkalibratie. Samen met collega Charlotte Goedmakers schreef ik eerder een artikel over wat we hieruit leren voor leiderschap. Beslisroutes ontstaan uit lokale interacties en gedeelde oriëntatie, niet uit top-down commando’s. Minderheidsregeren lijkt hierop: je hebt geen stok, dus moet je werken met richting, ritme en responsiviteit. Een andere metafoor komt uit het bos. Mycorrhizale netwerken laten zien hoe ogenschijnlijk losse bomen via schimmeldraden informatie en voeding uitwisselen. De wetenschap nuanceert weliswaar het romantische verhaal van ‘moederbomen’, maar de kern blijft bruikbaar: systemen overleven door uitwisseling en wederkerigheid, niet door solitair te groeien. Transponeren we dat naar de politiek dan betekent het dat meerderheden ontstaan als de ondergrondse infrastructuur van relaties wordt onderhouden, ook met partijen waarmee je het oneens bent.

 

Wat vraagt dit concreet van de drie politiek leiders van het nieuwe kabinet? Jetten zal zijn optimisme moeten paren aan het toelaten van frictie. Minder regie op beeld, meer regie op bedding. Het ongemakkelijke gesprek verplaatsen van de camera naar de overlegtafel, vroeg en vaak, zodat het niet explodeert in het debat. Bontenbal kan zijn rol als morele stabilisator explicieter claimen. Markeer waar de grens van fatsoen ligt én bied brugtaal die het gesprek weer op inhoud brengen. Yeşilgöz kan haar scherpe begrenzing strategisch verzachten door publiekelijk krediet te gunnen aan partners. In de Kamer is openlijk erkennen wie je geholpen heeft geen zwakte maar valuta.

 

Voor de dynamiek met Klaver is erkenningspolitiek cruciaal. Links wil invloed én herkenning in het resultaat. Dat vraagt om transparante ruil. Als GroenLinks-PvdA meebeweegt op begrotingsdiscipline, wil het zichtbaar oogsten op bestaanszekerheid, klimaat en wonen. Met Eerdmans werkt het omgekeerd. Duidelijke, meetbare stappen op migratie en openbare orde in ruil voor steun elders. In beide gevallen geldt dat leiders het conflict niet moeten ontlopen, maar containen. Verschil mag scherp zijn, zolang de relatie stevig blijft. Daarvoor is taal belangrijk. Spreek over gezamenlijke opgaven, niet over nederlagen of overwinningen. Benoem intenties vóór posities. En maak afspraken op gedrag, gewoon concreet: wie belt wie, wanneer, en wat communiceren we gezamenlijk na afloop?

 

Leiders buiten Den Haag herkennen ongetwijfeld deze paradoxen. Minderheidsregeren is wat directies en topteams dagelijks doen. Je hebt zelden formele meerderheid voor al je ambities. Je stuurt met betekenisvolle taal, eenvoudige spelregels en ritme. Je leest de onderstroom en werkt aan vertrouwen, terwijl je besluiten neemt onder tijdsdruk. En je accepteert dat samenwerking cyclisch is: benaderen, botsen, bijstellen, borgen.

 

De komende maanden zullen uitwijzen of ‘Aan de slag’ meer is dan een titel. Mijn optimistische aard stemt mij hoopvol. Juist omdat dit akkoord iedereen dwingt het samenwerkingsambacht serieus te nemen, kan het onze politieke cultuur volwassen maken. Maar dan moeten de drie leiders hun innerlijke reflexen herkennen en reguleren. Niet reageren vanuit gekrenkte trots of angst hun vingers te branden, maar handelen vanuit congruentie tussen binnenkant en buitenkant. Minderheid vraagt meesterschap.

 

Welke samenwerking waarin jij vandaag opereert voelt als een minderheidskabinet en welke ene afspraak over taal, ritme of gedrag maak jij deze week om de onderstroom te verstevigen en de ruimte voor echte keuzes te vergroten?